Bijzonder monument

De Engelmunduskerk in Oud Velsen is een bijzonder monument en behoort tot de oudste kerken van Nederland. Het is zelfs de oudste kerk van Holland, Zeeland en Utrecht. De eerste kapel van hout werd in Kennemerland gebouwd in de achtste eeuw (± 722), in opdracht van Karel Martel. Hij schonk de kapel aan de broeders van Echternach in Luxemburg. In de abdij aldaar zwaaide Willibrordus met de scepter, want hij was de abt van dat klooster. Eerder, in het jaar 690, had hij voet aan wal gezet in de Lage Landen bij de zee. Hij werd door de paus gewijd tot Aartsbisschop der Friezen en Pepijn van Herstal, de Frankische hofmeier in het Merovingische rijk, wees hem de bisschoppelijke zetel van Utrecht aan. Van daaruit werd Kennemerland gekerstend.

Stichting tufstenen kerk

In het huidige Velsen werd in het laatste kwartaal van de 10e eeuw (± 975-980) de kapel van hout vervangen door een kerk van tufsteen. Bij de bouw werd tufsteen gebruikt afkomstig van locaties waar eerder Romeinse bouwwerken hadden gestaan, zoals in Valkenburg (Zuid-Holland). Door de bisschop van Utrecht werd de kerk gewijd. Engelmundus werd de patroonheilige van de kerk en zijn gemeenschap. De tufstenen kerk behoort tot de vijf moederkerken van Holland. Kapellen in Zuid-Kennemerland vielen onder de kerk van Velsen, zoals de St. Agathakapel te Beverwijk en de kapellen te Heemskerk, Assendelft, Sloten, Spaarnwoude en Haarlem.

Bouwperioden stenen kerk

Van de oude tufstenen kerk zijn omvangrijke delen bewaard gebleven, niet alleen als fundering maar ook in de west- en noordgevel van de kerk. De geschiedenis van de stenen kerk omvat een lange bouwgeschiedenis en toont daardoor ook verschillende bouwstijlen.

 

De eerste bouwperiode, die vermoedelijk loopt van de 10e tot medio de 12e eeuw, omvat het tufstenen kerkschip met een koor aan de oostzijde en een toegangsportaal aan de zuidzijde van de kerk. Overblijfselen uit deze periode bevinden zich in hoofdzaak aan de noord- en westzijde van het huidige kerkgebouw. In de noordelijke muur bevinden zich nog enkele dichtgemetselde Romaanse vensters en gaten om bouwsteigers te plaatsen en te borgen.

 

Aan het einde van de 12e eeuw werd de toren gebouwd. De vensters in de westgevel werden toen dichtgemetseld en de gevelsteen met daarop een afbeelding van Christus Salvator, werd verplaatst van de oude gevel naar de nieuwe westgevel van de kerktoren. De entree van de kerk werd niet gewijzigd. De Kerktoren was alleen toegankelijk vanuit de kerkzaal. Daarvoor moesten wel enkele treden worden bestegen, omdat de oude kerkvloer lager lag dan het toenmalige maaiveld waarop de kerktoren werd gebouwd.

 

Tijdens de derde bouwperiode in de 13e-14e eeuw werd aan de noordzijde de Brederodekapel gebouwd en aan de zuidzijde een klein sacramentshuisje.

 

In de 15e eeuw werd de kerktoren verhoogd en voorzien van een spits van steen. Door de toenemende belangstelling voor de heilige Engelmundus en zijn wonderen, was uitbreiding van het bestaande kerkgebouw noodzakelijk. Aan de zuidzijde werd een nieuwe zijbeuk gebouwd, waarbij ook het zuidportaal werd verplaatst. Het oude en kleine sacramentshuisje werd afgebroken en een nieuwe aanbouw, een sacristie, kwam daarvoor in de plaats.

 

Ook de toegang tot de kerk werd verplaatst. De ligging van de vloer van de kerkzaal was intussen verhoogd vanwege het begraven in de kerk. In de westgevel van de kerktoren werd een Romaanse deur geplaatst, die als reguliere toegangsdeur van de kerk in gebruik werd genomen. Het oude portaal aan de zuidgevel bleef bestaan, want die werd nog gebruikt wanneer processies werden gehouden. Een belangrijke processie was die van de kruisweg op Goede Vrijdag, maar ook vond jaarlijks op 21 juni een processie plaats ter ere van de heilige Engelmundus.

 

In de periode 1567-1576 vonden met enige regelmaat plunderingen plaats in Kennemerland, zo ook in Velsen. In de 16e eeuw vond de Reformatie plaats. De geuzen met de calvinisten kwamen als overwinnaars uit de strijd. In 1581 werden alle kerken geconfisqueerd. Het belijden van het katholieke geloof in de openbare ruimte en kerken werd verboden De kerken werden beschikbaar gesteld aan de mensen van de nieuwe Calvinistische religie, die protestanten of gereformeerden werden genoemd. Het kerkgebouw stond er desolaat bij en moest voor gebruik eerst ingrijpend worden hersteld.

 

De vijfde bouwperiode vond plaats in 1596-1597. In deze periode werd de oude kerkzaal hersteld na de verwoesting door de Spanjaarden in 1573. Restanten van katholieke elementen in de kerk, zoals het altaar in het koor, werden uit de kerk verwijderd en de muren -vermoedelijk voorzien van muurschilderingen- werden witgepleisterd. De oude Romaanse ramen werden vervangen door grote Gotische ramen waardoor meer licht toetrad in de kerk. De ruïnes van de zuidelijke zijbeuk, het koor, de sacristie en de oude Brederodekapel liet men staan.

 

In 1722 werd de Amsterdamse koopman en burgemeester Gerrit Corver ambachtsheer van Velsen en Santpoort. Hij liet tussen 1725-1728 aan de noordzijde van de kerk een kapel bouwen. Hij was eigenaar van de buitenplaats Waterland en later Watervliet, waardoor de kapel de Watervlietkapel werd genoemd, maar tegenwoordig draagt de kapel de naam van zijn bouwheer de Corverkapel.

 

In de 18e eeuw werden de ruïnes van de Brederodekapel en de oude sacristie verwijderd. In 1732 was de conditie van de torenspits zo slecht dat deze werd gesloopt en vervangen door een nieuwe spits. De nieuwe spits had enige gelijkenis met de oude spits die werd afgebeeld rond 1650, maar was minder hoog. Voor de vervanging van de torenspits werd een bestek gemaakt. Uit de afspraken over de afvoer van het puin en het gebruik van de grote hoeveelheid stenen voor het maken van de nieuwe spits, kan worden opgemaakt dat zowel de oude als de nieuwe spits van steen waren. In 1763 moest de nieuwe torenspits alweer worden vernieuwd. Uit afbeeldingen uit de eerste helft van de 19e eeuw kan worden opgemaakt dat in 1763 was gekozen voor een spits die van hout was gemaakt en gedekt met leien. Over het onderhoud van de kerktoren in de 19e eeuw is in de archieven bijna geen gegevens te vinden. Wel is bekend dat de torenspits in 1887 werd vervangen door de huidige veel lagere helmspits.

 

In 1753 werd aan de zuidzijde van de kerk een nieuwe consistoriekamer gebouwd, bescheiden van omvang en voorzien van een zadeldak. Rond 1910 werd deze aanbouw verlengd en het dak vervangen door een mansardekap.

Ook de ruïne van het oude kerkkoor werd verwijderd, waardoor het kerkschip in oostelijke richting kon worden vergroot (1773).

De muren van de zuidbeuk werden geëgaliseerd en op gelijke hoogte gebracht, waardoor een netjes afgewerkte muur rond de binnenplaats ontstond. Hierdoor zijn muurrestanten van de oude zuidbeuk bewaard gebleven.

 

Bij bouwwerkzaamheden in 1939 werd in de zijgevel van de zuidbeuk een rode Bremerzandsteen aangetroffen, waarop een afbeelding van een heilige staat afgebeeld. De steen werd geborgen en wordt nog altijd bewaard in de Corverkapel. Intussen is bij onderzoek geconcludeerd dat de afbeelding op de steen de heilige Engelmundus moet zijn.

 

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de kerk (1943) ontruimd en voor verschillende doeleinden gebruikt. Na de oorlog werd de lege kerk heringericht. Het meubilair was opgeslagen, maar kon spoedig worden herplaatst, zodat eind 1945 alweer erediensten in de kerk konden plaatsvinden.