Graven
In de kerk zijn nog steeds verschillende grafkelders en zerken van voorname families te vinden. Veel van deze families bewoonden de buitenplaatsen in de gemeente Velsen.
Grafkelder familie Nijs
De grafkelder van Isaac Jan Nijs (1625-1690) en zijn beide echtgenotes is voor Velsen bijzonder, omdat de kelder een tongewelf heeft. De kelder is afgedekt met twee witmarmeren stenen.
Isaac Jan Nijs had de buitenplaats Velserbeek in eigendom. De grafkelder ligt nabij de entree van de kerk en voor de noordelijke kerkmuur.
Het wapen van de familie Nijs bestaat uit een gouden korenschoof omringd door een gevleugelde kroon op een blauw veld. Ter weerszijden van de schoof is een zilveren maaisikkel te zien met een gouden handvat.
Isaac was in 1657 getrouwd met Susanna van Collen (1641-1666). Het wapen van de familie Van Collen (Van Keulen) bestaat uit twee helften. De bovenste helft is een rood veld met daarin gekruist twee gouden pelgrimsstaven. De onderste helft is een blauw veld met daarin twee gouden bellen. Onder het wapen van de familie Van Collen staat de tekst obet auguste 1666 (overleden augustus 1666), het jaar waarin Susanna overleed.
Isaac hertrouwde in 1668 met Maria Munter (1637-1688). Hierdoor staat op de andere zerk het wapen van de familie Nijs met het wapen van de familie Munter. Het wapen van de familie Munter is in twee helften verdeeld. De linkerhelft is een goudenveld met daarin een halve zwarte adelaar. Door het midden loopt een blauwe band met daarin een langwerpig gouden kruis. De rechterhelft is een zilverenveld met daarin drie zwarte kepers.
Maria was een dochter van Johan Munter (1611-1685) die eigenaar was van de hofstede Hoogergeest ten noordwesten van de buitenplaats Beeckestijn. Een van zijn erfgenamen was zijn kleindochter Margaretha Cecilia Nijs (1671-1699), de dochter van Isaac Jan Nijs en Maria Munter. Cecilia trouwde met Jan Trip (1664-1732), heer van Berckenrode. Hij noemde zichzelf ook wel heer van Beeckestijn, want hij was onder meer ook de eigenaar van de buitenplaats Beeckestijn. Na zijn overlijden werd Jan in de kerk van Velsen begraven. Zijn graf ligt op het zuidelijk deel van het liturgisch centrum. De zerk is duidelijk herkenbaar aan de drie trippen (klompen voor dames), die op de grafsteen staan afgebeeld. In het familiewapen boven de entree van het huis Beeckestijn zijn deze trippen ook te zien.
In de grafkelder van Isaac Jan zijn in de 20e eeuw beenderen gevonden. Het betrof acht schedels en een roodkoperen kistplaatje met daarop de geboorte en overlijdensdatum van Petronella Johanna Trip (1736-1741). Zij was een dochter van Johan Willem Trip (1716-1738) en Catharina Gray of Greij (1711- 1748). Haar grootvader was de bovengenoemde Jan Trip, heer van Beeckestijn.
Grafzerk van Ds. Johannes van der Sluijs
Voor het liturgisch centrum en de kansel ligt de grafzerk van de predikant Johannes van der Sluys. In één van de medaillons is nog vaag iets te zien van een familiewapen. Het is een indicatie dat het hier om een hergebruikte grafsteen gaat, die waarschijnlijk in het midden van de 17e eeuw werd ontworpen door de bekende goud- en zilversmid Johannes Lutma (ca. 1584-1669). Rembrandt van Rhijn heeft van deze man een ets gemaakt.
Grafsteen met gedicht
Van een onbekend persoon of familie liggen twee grafstenen in de kerk, die beide zijn voorzien van een tekst op rijm. Het gedicht kan gelezen worden per zerk, maar kan ook gelezen worden als een vierregelig gedicht, dat beide zerken beslaat:
WIE DAT GHY SYT TSY IONCK OF OVT
NEEMT WAER DEN TYT AEN MY VSCHOVT
HEBBE GEDAEN GELYK ALS ICK
K BEN VOORGEGAEN GHY MOET VOLGEN
Gedetailleerde informatie
De website online-begraafplaatsen.nl geeft meer informatie over de nog aanwezige grafstenen in en buiten de Engelmunduskerk (www.online-begraafplaatsen.nl).
Voormalig kerkhof
In de tuin rond de kerk zijn enkele grafstenen aanwezig die samen een indruk geven van het voormalige kerkhof. Deze zerken en grafstenen bevinden zich aan de zuidzijde van het kerkhof.
Van oudsher werden in en om de Engelmunduskerk mensen begraven. In het begin van de 19e eeuw werd het begraven in de kerk niet meer toegestaan. Alle overledenen, rijk of arm, werden op het kerkhof rond de kerk begraven.
In de kerk zijn weliswaar de graven geruimd, maar verschillende oude zerken zijn nog aanwezig in de vloer.
Het kerkhof werd op 31 juni 1874 gesloten voor het begraven van mensen en op enig moment is het kerkhof geruimd. Enkele grafzerken zijn in stand gehouden, waaronder zes stenen van Engelse mensen die direct of indirect betrokken waren bij de aanleg van het Noordzeekanaal. Het betreft John Hurrel (†1869), Rosanna Quigley (†1867), een nicht van kanaalwerker Thomas Matheson, John Shaw (†1867), Robert Johnstone (†1867), Alfred Franklin (†1870) en Daniel Cray (†1870).
Verder geeft een aantal staande grafstenen een beeld van de meer reguliere graven op het voormalige kerkhof. Daarnaast zijn nog enkele grote grafstenen aanwezig. Deze zijn van de familie Van de Poll, want ook leden van een rijke familie mochten niet meer in de kerk worden begraven.